De stelling van McGilchrist is dat de rechterhersenhelft – hij heeft de beeldspraak van Nietzsche – de meester is en de linker zijn afgezant. Maar in de westerse wereld zijn de rollen omgedraaid en voert de linker de scepter, ten koste van de rechterhersenhelft. Waarom dit zo desastreus is? Omdat hierdoor de ratio de (vollere) ervaring is gaan verdrukken.

De linkerhersenhelft brengt alles terug tot wat telbaar, meetbaar en weegbaar is. Ze is ‘afhankelijk van zakelijke taal en abstractie, waardoor ze helderheid verschaft en de kracht genereert om dingen te bewerken/manipuleren.’ Alles wat mechanisch is valt binnen haar bereik. Maar de rechterhersenhelft biedt een breder perspectief. Ze is zich bewust van het Andere, waarmee de schrijver niet zozeer God bedoelt, maar dat wat de ratio te boven gaat.

Dit onderscheid is niet nieuw. Maar wat McGilchrist in dit boek laat zien is dat de cultuurgeschiedenis van de westerse wereld een groeiende eenzijdigheid vertoont. In het eerste deel zet hij een en ander neurologisch uiteen, maar in het tweede deel laat hij met een nog grotere eruditie zien hoe vanaf de Griekse oudheid tot aan de huidige cultuur de zienswijze van de linkerhersenhelft stap voor stap die van de rechterhersenhelft verdrong.

Niet dat de schrijver neerkijkt op het rationele brein. Integendeel, het heeft ons veel goeds gebracht. Met name de techniek heeft ons leven gemakkelijk en aangenamer gemaakt. En de rechterhersenhelft heeft de linker- nodig om tot een geïntegreerd wereldbeeld te komen. Maar er trad een desastreuze verschraling op waartegen hij hoofdstuk na hoofdstuk van dit vuistdikke boek waarschuwt. En hij onderbouwt het met een verbluffende kennis van de neurologie, de filosofie, de literatuur en de cultuur in het algemeen.

Deze wereld valt van nature nooit helemaal te (be)grijpen en kan slechts gedeeltelijk worden gekend. Het is de wereld waarmee de rechterhersenhelft een zorgzame relatie heeft.

Nogmaals, hij is niet de eerste en de enige die tegen het funeste van deze ontwikkeling waarschuwt, maar de brede kennis waarmee hij dit doet is meer dan overtuigend. De urgentie van zijn analyse wordt nog eens benadrukt door de opsomming van ziektebeelden die in de ogen van deze psychiater te maken hebben met de verschraling van onze ervaringswereld.

De uitgebreidheid van zijn betoog deed ook weleens een aanslag op mijn aandacht. Ik begrijp de onvermoeibare neiging om volledig te zijn en misschien ook met name vakgenoten te overtuigen, maar soms verloor hij mij. Maar het bleek geen hindernis om af en toe een hoofdstuk scannend te lezen: het volgende pakte mij weer. Zo nam ik uiteindelijk dit boek met grote gretigheid tot mij.