Niet dat ik het zelf heb bedacht. De aanleiding was een boek of een artikel. Ik kan met geen mogelijkheid meer vinden in welk – ik lees te veel (of ik onthoud te weinig, dat kan ook). Maar in dat artikel (of boek) werd gezegd dat elke preek een uitnodiging moet zijn.
Voor mij was het de spijker op zijn kop. Uitnodiging – daar zit een openheid in die bij andere woorden ontbreekt. Een uitnodiging om in het verhaal te stappen. Om mee te gaan met de dynamiek van de vertelling. Je zou wat mij betreft nog verder kunnen gaan: een uitnodiging om Jezus te volgen. Of: een uitnodiging om het leven anders te zien – in het licht van de Eeuwige. Nou ja, u begrijpt de bedoeling.
Wat het woord ‘uitnodiging’ heeft, hebben de andere woorden niet. ‘Overdenking’ is mij te rationeel – al moet ook een ‘uitnodiging’ te denken geven. Aan het woord ‘preek’ kleven te veel bijgedachten, vooral die van een opgeheven vingertje. ‘Uitleg en verkondiging’? Mwah. Het klinkt wat uit de hoogte, zo van: de dominee zal het wel even uit de doeken doen. ‘Meditatie’? Mediteren doe je thuis maar. En vooral: in stilte.
Nee, geef mij maar het woord ‘nodiging’. Je bent vrij om er op in te gaan. Het is niet uit de hoogte. Het is ook niet zo zweverig. En er zit iets van roeping in – de grondtoon van het evangelie. Aan de voorganger de hoge maar tegelijk bescheiden taak om de mensen mee te krijgen.
Bij het protestantse avondmaal gebruiken we het woord ook. Je wordt genodigd om brood en wijn te ontvangen. Waarom ook niet bij de preek? Ik heb het woord afgelopen zondag al gebruikt. ‘Na de uitnodiging zingen wij Lied 362.’
Toch vrees ik dat dit woord niet ingeburgerd zal raken. Als de preek dan maar altijd de toon van een uitnodiging heeft.



