Nergens een parkeerplek te vinden. Althans, niet in de binnenstad. Gelukkig dat ik er de weg weet. Bij het gemeentehuis aan de rand van de binnenstad was volop ruimte, wist ik. Het was even lopen naar de locatie waar ik moest zijn, maar goed.
Nu is het gemeentehuis dichtbij het flatgebouw waar ik ooit woonde. Altijd als ik die flat zie komt er een golf van zoete pijn over me. Zoet, want ik heb er gelachen en genoten. Pijn, omdat ik nooit radelozer perioden beleefde dan in die tijd. Jaja, het studentenleventje: het wordt altijd opgehemeld, maar ondertussen…
Het werd een mooie middag. Mijn toespraak ging goed. Andere bijdragen waren top. Maar de inbreng van Wiman vormde natuurlijk de hoofdschotel. Hij vertelde, maar las vooral zijn gedichten. Ook zijn mooiste: Every Riven Thing. Hij vertelde van te voren dat ‘riven’ zoiets betekent als gebroken, gespleten.
Vervolgens las hij het. Met die terugkerende zin die door de telkens wijzigende interpunctie elke keer net iets anders betekent. God goes belonging to every riven thing he’s made. Het zijn cryptische woorden die ik – wat kort door de bocht – zou willen weergeven met: God gaat horend bij elk gebroken ding dat hij heeft gemaakt.
Na afloop signeerde hij nog even mijn exemplaar van zijn gedichtenbundel (‘To Piet, with gratitude for your words’) en ik liep naar de parkeerplaats. Weer doemde de flat op die ik ooit niet ongehavend verliet. De regel van Wiman zong door mijn hoofd. Ik voelde me diep bereikt.
(Klik hier om Christian Wiman het gedicht zelf te horen lezen en de tekst te zien. Het fragment komt uit een interview, in 2013 afgenomen door Krista Tippett, dat in zijn geheel hier te beluisteren is)

Boek
Gerben Wynia: Aan rozen denk ik in de winter. C.O. Jellema 1936-2003
De dichter Cor Jellema schreef een indrukwekkend oeuvre bij elkaar: ruim 600 pagina’s telt zijn verzameld werk. Maar het duurde lang voordat hij echt naam maakte. De vorig jaar verschenen, aan hem gewijde biografie brengt Jellema's jarenlange strijd om erkenning in beeld.
28 februari 2023

