Categorie

Columns

Ik lees ze steeds minder. Romans. Ik heb ze gevreten. De foto bij dit stukje toont het: volle boekenkasten. En wat je ziet is nog maar een klein gedeelte. Vooral na zomervakanties raakte er weer een plank gevuld. Maar ook buiten de zomer schoot ik meestal lekker op. Nooit lag er géén roman op mijn nachtkastje.
‘Elke dag dat de zon weer opgaat is een teken dat God er nog iets in ziet.’ Ik hoor het mezelf vaak zeggen. Met een opgewekte toon en een opgetogen hart. Maar eerlijk gezegd zijn er natuurlijk ook weleens dagen dat ik het zo niet beleef. Omdat de toekomst donker lijkt. Of omdat God een beetje op de achtergrond is geraakt. Een dominee is net een mens.
Vier jonge predikanten kwamen deze dagen in het nieuws. Ze vielen Arjan Plaisier bij, de landelijke secretaris van de kerk. Hij vindt dat het roer drastisch om moet. De kerkdienst is voor buitenstaanders een Chinees schimmenspel. En het instituut kerk moet meer een beweging worden. De jonge predikanten ondersteunen hem. Ze stelden een pamflet op, plaatsten dat op het internet en riepen op tot ondertekening. Hun boodschap? Ga mee in de beweging van Gods Geest. Houd niet vast aan het oude.
‘Zijn dit nu eigenlijk geen verloren ochtenden?’ Mijn gast van die morgen vroeg het toen we het marktplein opliepen. We kwamen uit Cookers, een eetcafé waar ik en mijn collega elke week beurtelings aanwezig zijn. Iedereen kan aan ons tafeltje aanschuiven. Voor een gesprek, een afspraak, of gewoon een praatje.
Afgelopen zondag was ik in voormalig kamp Bergen-Belsen. Ik wist er niet goed wat ik moest voelen. ‘Verschrikkelijk’ zeggen we al snel. Of: ‘Indrukwekkend’. Maar op die plek valt elk gevoel in het niet bij wat er zich heeft afgespeeld.
In onze kerk hebben we bij doopdiensten een bijzondere gewoonte. We vragen doopouders en kerkgangers om een zegenbede voor de dopelingen te bedenken. De ouders hebben dat thuis al gedaan en die op papier gezet. De kerkgangers vraag ik het in gedachten te doen.
De slavernij is er officieel in 1865 afgeschaft. Maar ze is nog altijd zichtbaar. Niet alleen aan de slavenhuisjes bij plantages die nu musea zijn geworden. Ze is vooral nog te merken aan de armoede en de discriminatie van het zwarte deel van de bevolking. Ik heb het over het diepe zuiden van Amerika.
Wanneer je op muziekbedevaart bent, bezoek je natuurlijk ook de graven van je gestorven helden. Zo moest en zou ik naar Hendersonville, een stadje in de buurt van Nashville. Daar liggen Johnny Cash en zijn vrouw June Carter begraven.
Tijdens onze reis in het diepe zuiden van Amerika, moest en zou ik natuurlijk ook naar Dyess. Het is een piepklein plaatsje, maar voor elke Johny Cash-fan een plek van betekenis. Onze held groeide er namelijk op. Wie de film ‘Walk the Line’ heeft gezien, weet dat het echte verhaal van Cash daar begint.
‘I have gone from rags to riches,’ zong Bob Dylan – ‘Uit de goot klom ik naar rijkdom.’ Maar als dat voor iemand geldt was het Elvis Presley. In juni reisde ik én naar zijn geboorteplaats én naar Graceland. Een groter contrast is er niet.