Letterlijk of beeldspraak?
Toch zei Jeroen Pauw of Paul Witteman natuurlijk niet: ‘Wat u zegt klopt taalkundig niet.’ Want iedereen voelt de bedoeling achter die woorden. Het woordje ‘letterlijk’ gebruikte Van der Ploeg om het realiteitsgehalte achter zijn beeldspraak kracht bij te zetten: het gaat echt slecht met de economie. Zoals wanneer iemand kan zeggen: ‘Zij is iemand op wie je létterlijk kunt bouwen.’ De spreker bedoelt natuurlijk niet dat de vrouw van beton is. Hij wil er alleen maar mee zeggen dat die vrouw voor honderd procent te vertrouwen is.
Ik gebruik dit voorbeeld om te laten zien hoe het vaak bij gelovigen gaat. Door de huidige christenheid loopt een scheidslijn van gelovigen die zeggen alles letterlijk te nemen en gelovigen voor wie de geloofstaal beeldspraak is. De twee kampen lijken onverzoenlijk. Maar is dat zo? Lang niet altijd, denk ik.
Neem bijvoorbeeld een christen die zegt: ‘Jezus is Gods Zoon – dat geloof ik letterlijk.’ Het zou misschien wat moeite kosten, maar je zou zo’n gelovige kunnen laten zien dat het woordje ‘zoon’ in dit verband beeldspraak is. Als er een zoon is, is er ook een vader. En zo noemen we God wel: Vader. Maar dat is beeldspraak. Wie dat al te letterlijk neemt ziet God al vlug als een uitvergroot mens of een oersinterklaas. Die heeft God dus al snel naar zijn beeld geschapen, en – zo weet elke gelovige – dat mag niet. Toch zal diezelfde gelovige het woordje ‘letterlijk’ niet snel laten varen. Waarom niet? Omdat dit woordje het realiteitsgehalte van zijn geloof waarborgt. En ik begrijp dat.
Rond geloof als verbeelding blijft altijd een beetje het sfeertje hangen van: het is ‘maar’ verbeelding – er beantwoordt geen realiteit aan. Of het wordt in het midden gelaten of er realiteit aan beantwoordt. Voorbeeld daarvan is de opstanding. Die wordt al snel vergeestelijkt. ‘Niet echt gebeurd, maar toch waar,’ zou Nico ter Linden zeggen. Maar dat is voor velen te weinig. En terecht. De uitspraak doet geen recht aan de reële gebeurtenissen die achter de Paasboodschap steken – van welke aard die gebeurtenissen ook zijn.
Het oudste bericht op schrift over de opstanding is 1 Korintiërs 15, 1-8. Een intrigerend Bijbelgedeelte waarover ik niet uitgedacht raak. Paulus somt daarin de mensen op aan wie Christus verschenen is. Het heeft een hoog overtuigend gehalte: er moet iets gebeurd zijn. Maar als we moeten zeggen wát er gebeurd is, dan onttrekt zich dat aan onze greep. Het kan alleen geduid worden met beelden. Maar die beelden verwijzen niet naar zichzelf. Ze verwijzen naar gebeurtenissen die de eerste getuigen op hun grondvesten deden schudden. Letterlijk.
Meest gelezen
Misschien hebt u dat ook weleens: je moet bijvoorbeeld naar de dokter, en je neemt je voor om dit te vragen en dat, maar na afloop ben je toch weer iets vergeten. Stom, stom, stom! Ik had me net zo goed voorbereid! Ja, kennelijk... Lees de hele column »
Ik verblijf op dit moment een aantal dagen in een klooster. Dat doe ik ieder jaar. Dit keer ben ik in Averbode, België. Samen met mijn broer. We zijn er al vaker geweest. Onze zwager was er toen ook bij, maar die moet dit jaar... Lees de hele column »
‘Een broedende kip moet je niet storen,’ luidt een gezegde. Dat geldt ook voor de broedende zwaan in de vijver voor ons huis. Toen er op Koninginnedag een demonstratie van modelboten gehouden werd, en de zwaan die... Lees de hele column »