De zandloper
Wie weleens in oude protestantse kerken komt kan op de preekstoel een zandloper ontdekken. Die zandloper diende om de predikant te beperken in de lengte van zijn preek. Het gebruik stamt nog uit de tijd dat het gemeentebestuur na kerktijd in de kerk vergaderde en op tijd wilde beginnen. De predikant moest dan ook de zandloper in werking zetten als hij aan zijn preek begon, en o wee als hij over de tijd heenging!
Ik denk dat ook gewone gemeenteleden die beperkende maatregel niet erg vonden. Preken van anderhalf uur waren geen uitzondering. En reken maar dat de ogen van gemeenteleden dan regelmatig gefixeerd waren op die zandloper. Hoelang nog? O, hij is nog maar halverwege. Wat gaat zo’n zandloper dan traag! En dachten de kerkgangers dat de tijd er eindelijk op zat, dan waren er predikanten die rustig doorgingen. Al zullen weinig dominees het zo bont gemaakt hebben als de predikant die, toen de zandloper helemaal was doorgelopen, zei: ‘Gemeente, we nemen nog een glaasje’, en vervolgens de zandloper omkeerde! Ik las het voorbeeld vanmorgen in de krant. Die dominee riskeerde daarmee overigens wel een boete, want er stond een straf op.
Dergelijke lange preken komen zelden meer voor. Ik hoor er althans niet meer over klagen. Je hoort eerder opmerkingen over te korte preken. Als ik weleens oude preken van mezelf nalees (doe ik zelden, mijn zelfbeeld knapt er niet van op), merk ik hoe lang en breedsprakig ze waren. Toch hoorde ik ook toen weleens: ‘Je had van mij best wel wat langer door mogen gaan, het ‘amen’ kwam wel wat snel.’ Al verdacht ik er sommigen van dat ze eigenlijk bedoelden dat het toch wat weinig diepgang had.
Worden kerkgangers dus soms overvallen door het ’amen’, organisten niet. In mijn kerk bevindt de machinekamer van het orgel zich op een galerij recht tegenover de preekstoel. Tijdens de preek gaat de organist altijd naast het orgel op een stoel zitten. Maar als ik bij de slotpassage van mijn preek ben aangekomen, zie ik hem opstaan en alvast naar het orgel lopen. Hij voelt het ‘amen’ kennelijk altijd aankomen! Ik werd daar een tijdje door ontregeld: was ik zo voorspelbaar? Maar ik heb die onrust leren sussen met de gedachte dat hij vertrouwd was geraakt met mijn stijl van preken. Daar moest het wel aan liggen!
Tot afgelopen zondag. Ik was in een gemeente waar ik nog nooit voorging. Het orgel was boven de preekstoel, ik kon dus de organist niet zien. Maar toen ik aan het slotakkoord van mijn preek gekomen was, hoorde ik boven mijn hoofd wat gestommel. ‘Het zal toch niet waar zijn?’ schoot er door mij heen. En jawel hoor, ook deze organist had mij door!
Ik sprak ooit eens met iemand over dit voor mij zo verontrustende verschijnsel. ‘Och,’ zei die persoon, ‘dat betekent dat er in ieder geval een kop en een staart zit aan je preek, en dat kan ook niet iedereen zeggen.’ Dat vond ik wel aardig gezegd, maar misschien is dit wel een andere manier om te zeggen: het is wel weinig verrassend. Dat zou ik heel erg vinden. Want diep in mijn hart vind ik dat dáár een boete op zou moeten staan.
Meest gelezen
Misschien hebt u dat ook weleens: je moet bijvoorbeeld naar de dokter, en je neemt je voor om dit te vragen en dat, maar na afloop ben je toch weer iets vergeten. Stom, stom, stom! Ik had me net zo goed voorbereid! Ja, kennelijk... Lees de hele column »
Ik verblijf op dit moment een aantal dagen in een klooster. Dat doe ik ieder jaar. Dit keer ben ik in Averbode, België. Samen met mijn broer. We zijn er al vaker geweest. Onze zwager was er toen ook bij, maar die moet dit jaar... Lees de hele column »
‘Een broedende kip moet je niet storen,’ luidt een gezegde. Dat geldt ook voor de broedende zwaan in de vijver voor ons huis. Toen er op Koninginnedag een demonstratie van modelboten gehouden werd, en de zwaan die... Lees de hele column »